Lente
Het is lente in Wenen. Van de ene op de andere dag is de eindeloze nevel opgetrokken en bleek daarachter de zon nog altijd aan de hemel te staan op een canvas van strakblauwe lucht. De Wiener*innen moesten allen een paar keer knipperen voor ze het echt geloofden. Deze winter was de “trübsten Winter seit dreißig Jahren”, met het aantal zonnenuren in februari op een hand te tellen. Het was alsof de stad vanaf december besloot in winterslaap te gaan, toen een dik wolkendekbed over zich heen had getrokken, om daar pas in het voorjaar weer onder vandaan te komen. Het gevolg: “die Dunkelheit schlägt vielen aufs Gemüt, bei manchen kann sie sogar eine saisonale Depression auslösen”, aldus ORF Wien.
Zelf ben ik aan die Wiener winterdip ontkomen door zo goed als de helft van de wintermaanden niet in Wenen te zijn. De langverwachte post-master vakantie was eindelijk daar, maar viel helaas net in de winter, waardoor die begrijpelijkerwijs woanders gespendeerd moest worden. Echter, toen ik eind februari definitief terug was in Wien – net op de dag dat ze zon voor het eerst weer vol overgave scheen – trof ik meerdere vrienden aan voor wie dat geen dag later had moeten zijn. “Op gegeven moment begon ik me af te vragen wat ik hier eigenlijk doe, en of Wenen wel de plek voor me is…” vertelde een Oostenrijkse vriend die hier al jaren woont, en een collega uit Chili kon niet genoeg benadrukken hoe erg de eindeloze grijze dagen op haar normaal zo zonnige gemoed hadden gedrukt.
Die dagen zijn voorlopig voorbij, en hebben plaatsgemaakt voor voorzichtige Vorfreude voor de zomer– het seizoen waarin de stad geregeld naar het andere uiterste doorslaat en je je in de boomloze straten in de binnenstad als een Ofengemüse wordt gegrild (maar daar denken we nu nog even niet aan). Dit begin van de lente betekende voor mij het begin van een nieuwe fase: die waarin ik niet zomaar meer doordeweeks overdag hier en daar een koffietje kan gaan drinken en ook af-en-toe iets voor studie doe*. In plaats daarvan heb ik plotseling een baan – gewoon zo een van negen tot vijf, in een jaren-60 gebouw waar de verwarming altijd net iets te warm staat. Dat gebouw is dan wel weer van de universiteit, dus helemaal student-af voel ik me nog niet. Gelukkig.
Een PhD dus, in Wenen. En daarmee als het ware mijn informele ‘werkvisum’ om nog minstens vier jaar in deze stad te kunnen blijven. Uitstel van de onmogelijke keuze ergens anders heen te gaan, of weer terug naar Nederland? Wellicht. Maar ook heb ik het hier na drieëneneenhalf (!!) jaar nog steeds erg naar mijn zin. Om dezelfde redenen als ik in eerdere stukjes hier beschreef, maar vooral ook door een leuke Schot die inmiddels ook al twee jaar een belangrijk deel is van mijn Wiener Leben.
Ik had niet gedacht dat ik met deze nieuwe fase in Wenen zou aanvangen, maar voor nu voelt het alsof het klopt. Een soort deel twee van het hoofdstuk Wenen. Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Wie weet met weer meer Post uit Wenen.
* Dat was eigenlijk meer iets van de eerste één tot twee jaar (hoor)! (Ik heb ook echt wel hard gestudeerd! Echt waar. Het bewijs hiervan de is de lange stilte op dit blog. Al mijn woorden heb ik vorig jaar in mijn masterscriptie gestopt.)

Reacties
Een reactie posten