Noch immer Wien
Een melancholische maandagmiddag in Wenen. Na ’s ochtends een afscheidskoffie te hebben gedronken met een vriendin die Wenen binnenkort met een andere Europese hoofdstad verwisselt, zit ik in mijn keuken met het raam wijd open en laat de zomer binnen. Zoals wel vaker luister ik naar Nino. Inmiddels de onbetwiste soundtrack van mijn Wiener Leben, maar vandaag raakt zijn muziek me meer dan anders.
Misschien is het vermoeidheid die me doorgaans bevattelijker maakt voor gevoelsdwalingen en emoties uitvergroot. Emoties zoals heimwee, die toch telkens, na twee tot drie maanden niet in Nederland te zijn geweest, in zekere mate opspeelt. En gevoelens van twijfel over het grote daarna. Ik kan er niet meer omheen dat het einde van mijn master niet veel meer dan een half jaar verwijderd is, en dat daarmee de vanzelfsprekendheid van mijn woontijd in Wenen vervalt. En dan? Terug naar Nederland? Of naar de volgende stad, het volgende land? Of für immer Wien?
Op de vraag hoe tijdelijk deze periode is, heb ik nog geen antwoord. Op zich hoeft dat nu ook nog niet. Maar nu mijn laatste vakken achter de rug zijn en ik alleen nog een scriptie hoef te schrijven, duikt die daarna-vraag steeds vaker op in gesprekken en gedachten. Wenen was een fantastisch plan, maar wat is het plan voor erna? Dat ik maar eens op zoek moet gaan naar werk dat meer inhoud heeft dan het verkopen van Oostenrijkse broodjes, staat in elk geval vast. Of ik dat in Wenen ga vinden, is een nog onopgeloste kwestie. Spreek ik daar überhaupt al genoeg Duits voor? Of ga ik het erop wagen dat ik een van de felbegeerde banen bij een internationale organisatie hier kan vinden? Wil ik graag genoeg in Wenen blijven om die moeite daarvoor te doen?
Op sommige dagen vind ik het makkelijker daar een volmondige ‘ja’ op te geven dan op andere. Inmiddels zijn er ook zonder studie genoeg redenen om in Wenen te blijven. De stad an sich is er al een – dat moet uit ook eerdere blogs zijn gebleken – en naast die liefde voor de stad is mijn gevonden liefde in de stad een nog grotere bindende factor. En dan zijn er nog die bergen zo dichtbij, net als het Wiener Wald, en de Donau, die in deze dagen van ziedende hitte verkoeling biedt. Wenen is een heerlijk ‘thuis’, dat ik nog niet zomaar achter me wil laten.
Maar tegelijkertijd is thuis ook nog steeds in Nederland. In Utrecht, in het warme bad van alle hechte vrienden op fietsafstand. En in Amsterdam, bij mijn ouders, en alle straten vol herinneringen van de eerste achttien jaar van mijn leven. En nu is thuis dus ook in Wenen, waar ik een heel nieuw leven begon, met mensen die datzelfde hebben gedaan, of hun bestaande Wenen-leven met mij wilde delen.
Wenen is een verrijking, maar ook eentje tegen de prijs van het onoplosbare gevoel soms overal tegelijkertijd te willen zijn. Heimwee hoort erbij, is maar weer gebleken. Maar soms zou ik toch wel heel graag willen dat Utrecht in plaats van 1200 kilometer ver weg, het 24ste district van Wenen zou zijn– het liefst ergens aan de U6. Of dat er een magneettrein tussen hier en Amsterdam zou rijden.
Tot dat zo ver is, pendel ik vrolijk (doch melancholisch) heen en weer tussen Nederland en Wenen. Het enige medicijn tegen heimwee. Hoe lang dat gependel nog doorgaat, en tussen welke locaties er in de toekomst gependeld zal worden, blijft voor nu nog ongewis. Ik zal er maar in moeten berusten, in dat nog-niet-weten. Erover schrijven helpt in elk geval.
Reacties
Een reactie posten