Een jaar Wenen
Zondagochtend in Wenen. De stad rekt zich met een grote geeuw uit, alvorens naar de keuken te schuifelen voor een bakje ontbijt dat in bed mag worden leeggelepeld. Er is geen haast, niemand hoeft dringend ergens heen. Alles is toch dicht. Op zondagen besef je plotseling weer dat Wenen in Oostenrijk ligt: dat behoorlijk katholieke land dat zich nog graag vasthoudt aan tradities. Dat land waar de mensen op feestdagen hun lederhosen of dirndls nog aantrekken en elk raamkozijn met geraniums worden gedecoreerd. En waar zondag de Ruhetag is. Daarover hoeft geen discussie te bestaan: je kan weinig anders dan je naar dat ritme te schikken.
Als ik na twaalven de deur uitga voor een ommetje door de buurt, is het nog rustig op straat. Op een paar bakkers na, zijn alle winkels gesloten. Ik koop een croissantje en wandel door naar een park verderop, waar ik me op een bankje in de schaduw van een boom overgeef aan wat mijmerij. Bijna ongemerkt is de dag die één jaar in Wenen markeert voorbijgegaan. Het wintersemester staat op het punt te beginnen en de zomer komt zo langzaam maar zeker toch echt op zijn eind. Nog steeds voel ik me gelukkig in Wenen. Zelfs zo, dat ik me niet kan voorstellen binnen afzienbare tijd weer terug naar Nederland te willen gaan. Voor een bezoek natuurlijk wel, maar de gedachte weer in een Nederlandse stad te gaan wonen vindt nog maar weinig weerklank binnenin. Gelukkig is dat nu nog geen urgente kwestie. Mijn master vraagt nog zeker anderhalf jaar van mijn tijd, dus ik schuif die keuze onbekommerd voor me uit.
Een jaar in Wenen. Er zijn veel dingen waarover ik wil schrijven, maar tot een concreet onderwerp komt het niet. Om dan maar op te sommen wat wel niet zo fijn is aan Wenen, of wat er in mijn leven is veranderd in die tijd, of de hoogtepunt van de afgelopen twaalf maanden, voelt allemaal een tikkeltje afgezaagd (maar is uiteraard op aanvraag wel beschikbaar). Op het internet zijn er al genoeg artikelen te vinden die een kant-en-klaar lijstje geven met ‘All the reasons why you should move to Vienna’. En eigenlijk zijn de stukjes op dit blog al een soort persoonlijke versie daarvan.
Van de velen dingen waarover ik wil schrijven, is een ervan de liefde. Liefde met een lidwoord ervoor klinkt meteen zo gewichtig, of als iets wat beter binnen de kaften van een persoonlijk schrijfboekje kan blijven staan. Maar in mijn openlijke mijmerij mag het best ook andere ogen bereiken. Liefdesperikelen zijn immers niemand vreemd. Als ik terugdenk aan een jaar in Wenen, denk ik ook aan hoe de liefde daar een rol in speelde. Vooral hoe ik in Wenen voor mijn gevoel voor het eerst heb ervaren hoe het is om verliefd te zijn. Of in elk geval op de manier die beschreven wordt in boeken en films, in alle clichés, van de vlinders tot de fantasieën tot de onvervulde verlangens. Lang hield ik mezelf voor daar te ‘nuchter’ voor te zijn, maar een vroege voorjaarsavond in Café Kreuzberg maakte daar genadeloos een eind aan. Die verliefdheid ging uiteindelijk voorbij, maar de ervaring liet een vruchtbare bodem na waar nieuwe verliefdheden op konden bloeien.
Misschien heeft Wenen meer ruimte in mijn hart gecreëerd. Immers: ik voel nog evenveel liefde voor de mensen in Nederland en daar passen probleemloos de nieuwe mensen in dit buitenland bij. Er blijkt zelfs een hele stad met twee miljoen inwoners in te passen. Mijn hart zit vol, loopt op zonnige dagen soms zelfs over, maar bleek vooral ook nog ruimte te bieden voor een leuke Oostenrijker die ik onlangs tegenkwam. Vanaf mijn roze wolk mijmer ik over late zomeravonden aan de Donau en lange wandelingen door de stad, waar de (hyperromantische) film Before Sunrise wel op geïnspireerd móet zijn. Ik luister plotseling naar muziek van Oostenrijkse bodem (met behulp van een afspeellijst samengesteld door de jongen in kwestie) en begin met meer en meer mensen de voertaal van het gesprek naar het Duits te wisselen. Soms voel ik me dan een hele nieuwe versie van mezelf, alsof de Duitse taal net een andere ik tot uiting brengt. Een fascinerend fenomeen, waar ik in de toekomst nog eens meer woorden aan zal wijden.
Mijn verliefdheid op Wenen lijkt het tot een liefde te hebben gebracht. Of ik dat ook zal kunnen zeggen over een manspersoon in de toekomst moet nog blijken. Voorlopig drijf ik nog graag een beetje rond op mijn roze wolk.
Veel liefs uit Wenen!

Reacties
Een reactie posten