Semesterstart

Ik kan het begin van het zomersemester niet beter beschrijven dan als een snelstromende rivier waar je vanaf de warme waterkant in geduwd bent, om vervolgens kopje onder door het ijskoude water meegesleurd te worden. Ook overdrijf ik graag. Hoe dan ook laat het nieuwe semester geen ruimte voor opstartproblemen. Waar ik in de eerste maand van het wintersemester nog zeeën van tijd had voor het ontdekken van mijn nieuwe stad, belooft deze lente er een van lange studeerdagen te worden. De lijst van te lezen artikelen wordt met de dag langer en ergens ver weg op de horizon verrijst een berg van papers die tegen de zomer ingeleverd moeten worden. Eindelijk hoef ik niet meer te doen alsof ik naar Wenen ben verhuisd voor studie. Beste lezer, ook ik heb het nu druk!

Genoeg over studie– alhoewel ik wellicht nog eens een hele blog zal wijden aan hoe interessant ik mijn master eigenlijk vind. Het is lente in Wenen en de stad heeft de ‘grijze deken’, waarmee ik eerder de gemiddelde Weense winterdag beschreef, vol overtuiging van haar afgegooid. Dagen achtereenvolgens schijnt de zon en hoewel de temperatuur nog niet altijd mee wil komen, houdt mijn weerbericht me koppig voor dat het de hele week al minstens 15 graden is. Dat is wat voorbarig. Het is van dat weer waardoor je elke dag van jas wisselt en telkens op zoek bent naar je sleutels in andere jaszakken. Van dat weer dat je doet beseffen dat je eigenlijk best veel verschillende jassen hebt. En van dat weer waarin het zo’n goed idee lijkt om op een terras te gaan zitten, om vervolgens na een uur met hangende pootjes aan de barman te vragen of er vielleicht doch binnen nog plek is.

Ik ratel maar wat. Vandaag wilde ik wat rustiger aan doen dan ik de afgelopen twee weken had gedaan, maar in de onkunde om daadwerkelijk niks te doen, besloot ik dan maar een blog te gaan schrijven. Ik heb de hele ochtend besteed aan het scheppen van overzicht in mijn aanstaande studiewerk en had daarmee al zo’n significant deel van mijn hersencapaciteit verbruikt, dat ik het daadwerkelijke studeren maar naar morgen heb verschoven. Ook probeer ik mijn krachten te sparen voor het weekend. Na vijf maanden op acht vierkante meter te hebben gewoond, ga ik verhuizen. Naar een grotere kamer, uiteraard, en een huis waarvan de plafonds niet zo hoog zijn dat je de spinnenwebben er amper kan wegraggen, elk kastdeurtje niet half uit zijn voegen hangt en het toilet niet al een maand een defecte knop heeft (een langere opsomming is beschikbaar op aanvraag). De stap voorwaarts is groot. De hoeveelheid werk die het naast studie oplevert nog groter. Althans, dat is hoe ik het nu ervaar. Over een paar weken hoort u weer van mij.

Hoewel ik niet zal beweren dat ik deze eerste verhuizing binnen Wenen spannender vind dan de verhuizing naar Wenen, ervaar ik nu een ander soort spanning. Deze verhuizing voelt als een volgend level in het grote avontuur dat verhuizen naar het buitenland al is. Ouders met auto zijn 1200 kilometer verwijderd, net als elk meubelstuk dat ik in mijn tijd in Utrecht had verzameld. Een nieuw materieel begin, dus. Hoewel ik me verheug op herhaaldelijke uitstapjes naar de tweedehandswinkel voor een nieuwe inboedel, kijk in minder uit naar het vervoeren daarvan. Ik zie mezelf al in de metro zitten op eigen fauteuil, aan een nieuw bureau met als het meezit ook nog een mooie bureaulamp. Misschien wordt er dan nog eens wat gelachen in het Weense openbaar vervoer.

Het moge duidelijk zijn: maart compenseert ruimschoots voor de stilte van februari. (Hoewel die uiteindelijk ook weer niet zo stil was als ik in mijn vorige brief deed vermoeden, maar daarvoor zal ik dit stukje niet verder uitbreiden). Die stroomversnelling zal nog wel even voortrazen, maar na zo'n weinig betekenisvolle dag thuis, heb ik wel weer het gevoel mijn hoofd boven water te hebben. Even op adem komen. En in een grotere, lichtere kamer zal dat vast ook makkelijker gaan. Alles wird gut.

 

Reacties