December

Het is winter in Wenen. Ergens begin vorige maand vond een plotselinge weeromslag plaats. Toen de klok een uur achteruit werd gezet, leek het klimaat zich ineens te realiseren dat het nu toch echt tijd werd om een punt achter die eindeloze nazomer te zetten. De temperatuur kelderde met een graad of tien en vanuit de Donau trok steeds vaker een koude, dichte mist over de stad. Niks geen idyllische Oostenrijkse winters met poedersneeuw onder een kraakheldere hemel. 
 
Die fantasie was me al eerder uit het hoofd gepraat door doorgewinterde Weners: voor de échte winter moet je naar het westen, waar de bergen hoger zijn en elk kind zodra het kan lopen op ski’s wordt gezet. Waar Nederlanders, zodra de temperatuur onder het nulpunt daalt, binnen de kortste keren symptomen van ijskoorts vertonen, heerst er hier zoiets als Schneesucht. Plotseling lijkt iedereen op de hoogte te zijn van de sneeuwcondities op een willekeurige berg kilometers buiten de stad en wordt er op de Oostenrijkse marktplaats onophoudelijk gehandeld in tweedehands wintersportspullen. Al meerdere keren ben ik meewarig aangekeken toen ik de skidagen in mijn leven op twee handen kon tellen. Ik zou me dan ook niet verbazen als skivaardigheid een onderdeel is van de Oostenrijkse integratieprocedure. Winter gaat niet zonder wintersport en die is heilig. Wat kan anders de reden zijn dat de universiteiten hier een maand collegevrij hebben in februari, na al drie weken kerstvakantie te hebben gehad? (Mij hoor je overigens niet klagen.)
 
Om voor die schijnbaar miserabele winterdagen te compenseren, schoten bij het eerste winterse weer de kerstmarkten als paddenstoelen uit de grond. Van de ene op de andere dag leek elke bloemenkraam in de stad in een kerstversieringsstal te zijn getransformeerd, waar Adventskranzen als zoete broodjes over de toonbank gaan. Elke boom in de binnenstad is met lichtjes omslingerd en de supermarkten puilen uit van de hoeveelheid koekjes en chocola en kerstvormen. Het heeft wel wat. En hoewel ik mijn glühweintax inmiddels lang en breed heb bereikt, snap ik wel wat zoveel mensen in december naar Wenen trekt. Het is ook wel heel gemütlich om op een kerstmarkt je handen te warmen aan een kopje Glühwein of Punsch, die je dan net iets te snel opdrinkt omdat het drankje in afgekoelde vorm toch heel wat minder lekker is. Winter in Wenen is dan ook glühweinkopfschmerzen en in dubbele broek met driedubbele sokken het nog steeds koud hebben op zo'n Weihnachtsmarkt. En altijd Lebkuchen in huis hebben en een maand lang net iets teveel suiker eten. En OV-boetes krijgen omdat je toch vaker je fiets laat staan en vervolgens een kaartje voor de metro vergeet te kopen.

En toch ook sneeuw. Vanochtend opende ik mijn gordijnen en werd ik getroffen door een kinderlijke opwinding over de aanblik van sneeuw op de daken aan de overkant van de straat. De vlokjes vielen vanuit een bijna onzichtbaar wolkendek, waardoor het tegelijkertijd een heldere winterdag was. Onder die grijsblauwe hemel en bedekt door een glinsterend laagje verse sneeuw was Wenen onwaarschijnlijk mooi. De gewenning die na twee maanden was opgetreden, maakte weer even plaats voor een hernieuwde bewondering voor de stad die me zo snel thuis heeft laten voelen. Het is alsof Wenen zich nog even van haar mooiste kant laat zien, voordat ik – net als veel medestudenten – volgende week voor drie weken de stad verlaat. Zodat we in elk geval allemaal weer terugkomen. Maar daar hoeft geen twijfel meer over te bestaan...
 

Reacties