Het begin

Maandagmiddag in Café Prückel. Ik ben aan een klein tafeltje gaan zitten waar maar net een laptop en een aluminium blaadje met kop koffie en glas water op passen. Een plek waarover ik me niet schuldig hoef te voelen als ik er met mijn laptop ga zitten en maar één, misschien twee, koffies bestel. De obers, allen in zwarte pantalon, wit overhemd en daaroverheen een zwarte blazer, lopen af en aan met Wiener Melange, gespritzter weißwein en nu en dan een verdwaalde Aperol Spritz. Op de leestafel liggen stapels kranten in klassieke houten krantenstokken en aan het plafond prijkt een kristallen kroonluchter die daar waarschijnlijk sinds het begin van de vorige eeuw hangt. Het kost weinig verbeeldingskracht om je in het Wenen van Freud, Schiele en Klimt te wanen: alleen de smartphones op vrijwel elke tafel verraden dat we ons toch echt in 2022 bevinden.


Vanachter mijn laptop doe ik alsof hier vaker kom, geen tourist ben en niet pas twee nachten in een eigen bed in mijn Zweite Bezirk heb geslapen. Thuis wachten me nog meerdere tassen die uitgepakt moeten worden, net als spullen die nog geen toegewezen plek hebben. Maar dat zijn zorgen voor later. Vanochtend stapte ik voor het eerst met een concreet doel op mijn nieuwe fiets: de universiteit, voor de eerste bijeenkomst van mijn master. Met slechts één kleine omweg bereikte ik mijn plek van bestemming. Ik voelde me weer helemaal een eerstejaars die nog moet zoeken naar elk lokaal en moeiteloos verdwaalt in de onoverzichtelijke universiteitsgebouwen. Gelukkig was ik niet de enige, maar belandde ik spoedig in een lokaal met een groot aantal lotgenoten, waarvan de meesten ook pas een paar dagen in Wenen woonden. Dat was fijn. Na afloop van de bijeenkomst struinden we met een klein groepje door de gangen van het statige hoofdgebouw, op zoek naar een informatiemarkt in het Arkadenhof. Die markt vonden we niet, maar wel de monumentale binnenplaats met gewelfd bogenplafond en binnentuin waar rode en gele herfstbladeren als confetti over het gras uitgestrooid waren. We wandelden nog wat en spraken af om die avond nog met een aantal samen te gaan eten.

Plannen! Dingen om in mijn eerder nog zo lege agenda te zetten! Langzaam maar zeker begint mijn nieuwe leven hier meer omtrek te krijgen. Na mijn vetrek uit Utrecht werd ik me de dagen erna steeds bewuster van wat ik allemaal achterliet, zonder nog te weten wat er eigenlijk voor me lag. En hoewel ik er ontzettend veel zin in had, vervulde dat besef me soms met een wat onbestemd gevoel. Eenmaal aangekomen in Wenen, nam dat gevoel niet meteen af: ik voelde me in deze nieuwe stad vooral nog een bezoeker, een tourist. En bovendien realiseerde ik me toen pas hoeveel groter en statiger Wenen is, vergeleken met Utrecht of Amsterdam. Ik dacht altijd dat ik wel een big city girl was, maar in de eerste dagen in Wenen verlangde ik bij vlagen al terug naar het kleine en overzichtelijke van mijn vorige studentenstad.

Nu ik een adres, een studie en vooral een fiets heb, voelt de stad al meteen minder intimiderend. Hoewel ik nog vaak genoeg zal terugverlangen naar de goed afgebakende Hollandse fietspaden, de prachtige (lagere) gebouwen en vooral alle lieve mensen die daar nog wonen– Wenen belooft ook veel goeds. En zo zittend in een koffiehuis met mijn laptopje voor mijn neus, is het leven ook weer zo anders nog niet. Het had evengoed Marktzicht kunnen zijn. Maar dan met iets meer flair. 

 


 

Reacties

  1. Wat leuk om dit te lezen! Ja de cafeetjes met koffie zijn toch weer overal hetzelfde (met meer of minder flair)

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten